Een derby tegen De Pion is natuurlijk op zich al speciaal: bij de tegenstander bevinden zich vrienden, bekenden en medeclubgenoten door dubbellidmaatschappen. (Allemaal zouden zij natuurlijk veel liever voor RSG uitkomen, maar de ballotage is nu eenmaal streng.) In de weken voorafgaand werden mollen gesignaleerd die de opstelling probeerden te achterhalen, waarbij intimidatie en royale hoeveelheden drank niet geschuwd werden.
De middag begon rustig met drie remises: De tegenstander van Dré ruilde alles af en verdween stilletjes, Suus bood na lang nadenken remise aan tegen Kees van Hogeloon in een tweesnijdende stelling. Kees accepteerde het aanbod en de conclusie na uitvoerige analyse was, dat schaken toch verdomd ingewikkeld is. Wat later doorstond Ted een aanval van Erik van Elven met glans. Het leek gevaarlijk, maar door Ted werd alles geneutraliseerd. Gelijke stand: dat was alvast mooi, al viel van de overige borden nog niet veel te zeggen.
Terwijl het café gereed gemaakt werd voor een groot feest, volgden de resultaten snel na elkaar: Jan had in de opening een pion geofferd voor veel ruimte en tikte de partij foutloos binnen, Nico won overtuigend van Bas Robben, maar Arco stond de hele partij al niet echt lekker en ging uiteindelijk onderuit. Kort daarna scoorde Marc in grootse stijl het winnende punt.
De enige partij die nog bezig was, was de partij van Jacques. Jacques had een aanval goed doorstaan, kwam iets beter te staan, maar gaf een stuk weg en moest opgeven toen de matchwinst al binnen was. Spijtig, maar niet fataal.
Uiteindelijke score derhalve: 4 ½ – 3 ½ in ons voordeel. Daarmee hebben we de hatelijke laatste plaats overgedaan aan de Pion, maar nog altijd met de minste bordpunten (en 7 van de 12 bordpunten komen van Jan en Marc…). De opluchting was groot en leidde tot een uitbundige feeststemming en hartverwarmende verbroedering met de leden van De Pion en met iedereen die zich vertoonde binnen een straal van enkele meters.
En het kon kennelijk niet op,
want twee dagen eerder scoorde het avondteam ook al goed in Hoeven. We speelden in het sfeervolle Tapperijke, tussen de wedstrijdbiljarters met muziek uit onze jeugd op de achtergrond. Misschien wat ongebruikelijk allemaal, maar de sfeer was vriendelijk en plezant. Hoevense autochtoon Suus won zijn partij aan het tweede bord in minus 5 minuten (dankzij increment had Suus geen tijd verbruikt en zijn tegenstander vijf minuten gewonnen). Dat snel niet altijd nauwkeurig is bleek vrij duidelijk toen Suus een stuk oppikte en de partij naar winst voerde. Hij had nauwelijks tijd om te noteren.
Sylvester trok de score weer gelijk door te verliezen van Caspar, maar op het derde bord (Salah) en eerste bord (ik) bleef de stand lang in evenwicht. Toen ik een pion cadeau kreeg was de winst niet zeer ingewikkeld meer en konden we niet meer verliezen.
Matchwinst lag voor het grijpen, maar dan moest Salah nog wel even winnen of minstens gelijk spelen tegen Daniël. Het werd een latertje, beide spelers hebben vermoedelijk ergens beter gestaan, maar uiteindelijk bleef er op het bord niets meer over om mee te winnen.
Schaakhoeve – RSG 1 ½ – 2 ½ en we staan afgetekend aan kop!