Prijsvraag

Afgelopen maandag speelde ik tegen Hans Ravestein een boeiende partij. Tot ik besloot tot 22. Db3, waarna Hans natuurlijk f6 speelde. Zie diagram. Als de loper wijkt gaat de pion op d4 verloren.

Prijsvraag: kan wit pionverlies voorkomen?

Onder de goede inzenders verloot ik het boek “Alles über Schach” (geen grap, Duitsers maken geen grappen). Personen die een computer gebruiken worden van deelname uitgesloten.

Succes.


TEAM RSG – D4 2.

File in Roosendaal, boodschappende Belgen, een wegversmalling, een moeilijk te bereiken benzinepomp, niet gesynchroniseerde stoplichten, weggebruikers die midden op een kruispunt stil staan, de ingrediënten voor een vertraging van 20 minuten.

De Teamcaptain was te laat, maar gelukkig hadden de leden van het Team RSG zijn honneurs met verve waargenomen en was het strijdtoneel tot in de puntjes verzorgd.

De opening was voor Marc en Bo beiden winnen met een kleine combinatie een stuk of de kwaliteit. We kijken naar een simpel paardvorkje en je kijkt elkaar aan je beseft dat je een stuk achterblijft. De eerste bordspeler van Team RSG is scherp, jullie zijn gewaarschuwd!

Bo, zoon van een van de grondleggers van het RSG, als invaller aan bord 2. Weerlegde, als erkend drakendoder, de drakenvariant van zijn tegenstander en strafte een iets te frivool gespeeld b5 met een paardvork op c6 af en het was 2-0.

Senior speelde met zijn handen, volgens Spassky de beste manier om het schaakspel te spelen, want je wordt er anders zo moe van, zo leeg in je hoofd. Senior had zijn verjaardag gevierd met zijn naasten. Half een thuis, in een leeg huis, twijfeltijd, gaat de bel. Tring. Jack voor de deur. Nou ja dan wordt het gegarandeerd half vijf.

2 ½ – ½ na zo’n anderhalf uur spelen. De andere borden stonden op z’n mist gelijk zo niet beter, maar als Teamcaptain moet er positivisme uitgestraald worden, en plezier zijn in het spel. Ted wint een strakke partij, pion en toren op de tweede rij, over en uit. Respect voor de tegenstander die het zinloze van deze exercitie inzag en een paar zetten later opgaf.

3 ½ – ½ Arco staat beter maar blundert en de teamcaptain had op een punt gerekend. Dat klinkt hard en dat is het ook. Hij kan veel beter, maar komt in een verloren pionnen eindspel en verliest.

Pieter staat heel de partij gelijk en om eerlijk te zijn had de teamcaptain gerekend op een halfje. Helaas geeft Pieter het voordeel weg en gooit uiteindelijk, na optimale weerstand geboden te hebben, de handdoek in de ring en het is 3 ½ – 2 ½ . Wordt het toch nog spannend.

Nico heeft de betere stelling en wikkelt af naar remise op een hele mooie manier, zie hier hoe onze nestor dat doet. Hij offert 2 pionnen om de veilige remise gaven te bereiken.

4 – 3 en Hans neemt een tactische remise in een betere stelling en de winst is daar. Genoten de teamcaptain is tevreden met het resultaat en over het vertoonde spel, ook van dat van de invallers. Team RSG – D4 2 4 ½ – 3 ½.

Team RSG 1 wint voor de negende keer op rij. Vorig jaar ongeslagen in de NBSB competitie en nu voor de tweede maal op rij winst. Winnen doe je als team ongeacht het persoonlijk resultaat.

Een herstellende Teamcaptain.


De tweede ronde van het DKR

“One should know, when one is defeated and should surrender”: Quintus Pleuribus in Gladiator. “Would we do that Quintus, would we?”

Oude wijsheden, zoals: zolang er stukken op het bord staan heeft men kansen, met opgeven is nog nooit een partij gewonnen, gaan niet in elk geval op, er zijn uitzonderingen. Maar volgens een oude schaker, helaas overleden, is het een kwestie van intelligentie te weten wanneer men op moet geven. Onzinnige zetten doen in uitzichtloze stellingen en hopen op een foutje van de tegenstander, men moet er maar zin hebben.

De partijen van de tweede ronde van het DKR laten zien dat er wat smetjes op het blazoen van de “sterkere” spelers zijn gekomen. We kijken naar een fragment van Alik met wit tegen Johan. Johan, een van de boegbeelden van het RSG, kan zonder problemen een pion winnen, maar waarschijnlijk geschrokken van de geboden mogelijkheid, doet hij het niet en we kijken met hem mee naar de stelling.

Marc speelde tegen Jan. Jan, de enige Belg dit jaar in de line-up van het DKR, won de kwaliteit en voerde de partij daarna vlekkeloos tot winst. Ivo wint van Arco omdat zwart een plan heeft dat eigenlijk geen plan is, jammer want op dat moment staat zwart beter. Henry verliest van Olivier. Hier volgt een fragment uit de partij.

André, net terug van een schaakvakantie in het Drentse hoogveen, komt erg goed weg met een blauw oog, tegen John. John verzaakt een pion te winnen en André wikkelt af naar een eindspel met ongelijke lopers, dus remise.

Onze voorzitter dacht dat hij de winst had vergooid door met het verkeerde stuk terug te nemen. Hierdoor kwam de witte Dame vernietigend binnen met schaak en torenwinst. In het P.M. werd duidelijk dat wit een verdedigbare, flexibele stelling had en beter stond.

Het DKR is en blijft een gezelligheidstoernooi. In de speelzaal is er een harde strijd en een serene rust, geen doodse stilte, in het café daarentegen, een gemoedelijk geroezemoes dat het P.M. niet bombardeert tot een verplicht nummer maar tot een gezellig nakaarten.

Dus heren een volgend keer analyseren we in het café of in de tussenruimte. De biljart spelende Dames hebben toegezegd hun beste spel te laten zien en trakteren ons misschien wel op een paar kunststoten! Ik verheug me nu al op een zweepslag trekstoot.

 

Heren tot de volgende ronde.



Rating is ook maar een mening

Maar liefst 901 ratingpunten lagen er tussen het team van KiNG en ons illustere viertal. Je kunt dus stellen, dat KiNG feitelijk met een jeugdspeler meer speelde. Met duistere voorgevoelens togen wij dan ook naar de textielstad, waar Bo nog eens nadrukkelijk de score uit de eerste ronde memoreerde (KiNG 4, RSG ½). De spellocatie was in een gekoelde ruimte, waar de slachtoffers uit eerdere ronden waarschijnlijk in laden opgebaard liggen.
Onze opstelling was: Nico (want gewend aan koelcellen) op 1, Captain Hans (want onverstoorbaar) op 2, Zekerheidje (want zekerheidje) op 3 en op 4 onze pinch-hitter Joey (de Bergse Butcher) op 4.
Na een kleine 2 uur spelen leek de man-meer-situatie zich nog niet uit te betalen voor KiNG. Nico had weliswaar een klotestelling (zijn woorden) en weinig tijd, maar Joey had daarentegen weinig ruimte op het bord en veel tijd. Aan de middenborden was weinig aan de hand, kortom: Het ideale moment voor een strategisch remiseaanbod van onze captain. Met verbijstering werd hiervan kennis genomen (300+ ratingpunten verschil alleen al aan dit bord…) en na driftig overleg over dit aanbod werd het geweigerd. Een hogere vorm van krijgskunst was de handshake die de captain wat later uitvoerde toen zijn tegenstander de hand alleen uitstak om een stuk te verzetten: zo breng je de opponent aan het wankelen!
Inmiddels zeeg de stelling van Nico roemloos ineen en daarna werd aan het tweede bord uiteindelijk tot remise besloten in een stelling die niets meer bood. Dat halfje afstaan was natuurlijk zuur voor KiNG, maar goed, shit happens.
Mijn tegenstander merkte ondertussen een onnauwkeurigheid van mij niet op, maar ik de zijne wel: Enkele zetten later was het over en uit en was de stand weer gelijk. Een onverwachte meevaller, die in dank werd geïncasseerd.
Met een gelijkspel zouden we vooraf zeer tevreden zijn geweest, maar daar was buiten onze supersub gerekend: Joey had zich inmiddels uit een benarde stelling gewurmd, zijn tegenstander kwam in tijdnood en had geen verweer tegen de ontketende krachten.
RSG wint met een punt verschil! 1 ½ – 2 ½, een overwinning uit een mooi ouderwets jongensboek!


Wat hebben sjoelen, linedance en schaken met elkaar gemeen?

Verslag avondcompetitie Eeuwig Schaak – RSG B

Vroeger deelden de schakers van Eeuwig Schaak uit Rucphen en de sjoelers de zelfde ruimte in ‘t Trefpunt. Met alleen een dun gordijn als scheidslijn. Als de sjoelers naar huis gingen was er elke week het zelfde ritueel. “Ssst ze zijn hier aan ‘t schoaken of is ut nou dammen?
De sjoelers zijn inmiddels verhuisd naar de dinsdag en hebben plaats gemaakt voor de linedancers. Ikzelf en mijn tegenstander John van Helden hadden hier totaal geen last van, sterker nog het was een verrijking, schaken met op de achtergrond country muziek wat wil je nog meer.
Pieter de Nijs had er wel last van (of was de tegenstander gewoon te sterk?). Pieter ging naar eigen zeggen pas goed schaken toen de muziek was gestopt. Maar toen was er al wel een pionnetje verloren gegaan. Tegenstander Kees van Hogeloon moest wel nog hard werken om dit tot winst te voeren. In een dame-eindspel ligt eeuwig schaak altijd op de loer.
Frans Jonkers en Gerard Snoeijs trokken zich nergens iets van aan en speelden een ingewikkelde partij. Frans (zwart) had een paard op de tweede rij geposteerd en dreigde die te gaan verliezen. Het paard werd gered, maar wel ten koste van een verzwakte koningsstelling, wat uiteindelijk zwart de das om deed.
Ron Höfer speelde met zwart tegen Jan Rijkse. Op een gegeven moment kwam Ron naar mij te met de vraag: “Mag ik iets vragen”. Zonder de vraag af te wachten kon ik al antwoorden: “Aan remise hebben we niks”. Maar zwart kon geen ijzer met handen breken en uiteindelijk werd tot remise besloten.
Ondertussen moest ik de nodige klippen omzeilen om de te winnen. Wit staat een stuk voor, maar zwart heeft twee torens op de tweede rij (voor Frans: torens horen op de tweede rij, paarden niet). Stand na 34ste zet van zwart


Uiteindelijk kon ik op zet 45 een mat net rond de zwarte koning creëren en op zet 52 eindelijk het volle punt bijschrijven.
Pieter was toen nog bezig een moeilijk eindspel te keepen. Maar we hadden een troef in handen. Kees zocht nog vervoer naar Roosendaal. Bij remise was dat geen probleem, maar bij winst is het toch ver lopen naar Roosendaal!

Slot
Pieter werd mat gezet en we hebben Kees toch maar een lift gegeven.


De Zaterdageditie XI

Wit speelt en wint.

Biljarten met een slechte keu. In het patronaatsgebouw op zondagmiddag speelden we met 1 keu zonder pomerans en die deelden we met 4 man, we vonden het alle 4 helemaal niks. In Café “het Centrum” daar hadden ze een biljart, dat was verwarmd en nog wel elektrisch ook, groot en een rek met een keus aan keuen.

De “driebandenspecialist” speelde de bal glashard over het groene laken, zo hard dat gevreesd werd dat de banden van het biljart zouden vallen. “Ge mot diejen bal meer kansen geven hé!” Hard stoten en dan maar kijken. Het zijn appels, die vaak eindigen in een varken of “ne Mèrel”. Poken met de keu onder het biljart. Symbolisch.

Ook dat iedereen weer zichzelf weer bemoeit met het “stootbeeld” bij het biljarten, klinkt als muziek in de oren. Oude tijden herleven. Merckx 2.0, Toine zou zich kostelijk vermaakt hebben en half 2 geroepen hebben dat het vat af moest. “Maar, Toine, ‘t is maandag vandaag!”, “Wa nukt da nou toch manneke, ge leef mar ene keer”, en Karin was er toch niet.

“Wa nukt da nou” het beste carnavalsmotto ever, we hebben er zelfs een tekst op gemaakt. Toine nam me terzijde en vertelde me over de werking van de diverse biersoorten en over de eigenschappen van mensen die bij hem in het hotel kwamen. Ge zie gelijk waar mensen voor komen en of ze gezelschap nodig hebben en dat soort dingen, vertelde hij me tijdens het biljarten, en dan bel ik Japie.

Japie, een wazig sigaartjes rokend figuur, zittend aan de bar met de vraag: “Wa mot hebbe blondje, brunette, Aziatisch typetje of een negerinneke? Honderden vijftig gulden per uur all-in, kamer boven.” Hulpeloos keek ik Toine en daarna Japie aan, ze lachten allebei.

“Kende da, da’s Underberg”, het kruidendrankje hing als een mitrailleurband aan de muur met de kleine flesjes als patronen in hun houdertjes. Je draaide het dopje met papieren omhulsel en al van het flesje en dronk het in een keer op, Toine deed mee. We kenden het niet, maar de andere dag had het een effect alsof je een cactus met stekels en al had gegeten.

“The best of times it was”, om half vijf ’s nachts te voet naar Oudenbosch om halverwege ontnuchterd terug te keren om de auto op te halen. Op de fiets stappen en aan de andere kant er af vallen. Vloekend opstaan, broek kapot en de elleboog blauw, ik krijg op mijn sodemieter van mijn vrouw, “Jonge wa nukt da nou”.

Het veranderen van competitie systeem heeft het RSG goed gedaan. De clubavond heeft weer een ouderwetse sfeer en ademt, volgens bezoekers, schaak! De bakermat van het Genootschap is en blijft de clubavond, onlosmakelijk verbonden met “de Veestallen”.

Een partij uit de vierde ronde, van de Keizercompetitie is een hele mooie. Het commentaar is van de witspeler.

Bovenstaande studie verscheen in de Berliner Schachzeitung in 1910 en is van A. Troitsky. De Toren jaagt de Dame het hele bord over tot zij geen vluchtplaats meer kan vinden. Je moet het maar kunnen bedenken. Knap 1.Tb4! en er helpt geen moedertje lief meer aan.

Voor de volledigheid wat variantjes.

“Wa nukt da nou”, is © beschermd.

 

Genoten een prettig weekend.


De Drie Torens A – RSG A

Na het echec van de bekerontmoeting tegen de 3 Torens, we werden geveegd met 3 ½-½, konden we een week later revanche nemen voor deze smadelijke nederlaag. De manier waarop deze nederlaag tot stand kwam was alarmerend. De borden 1 en 3 hadden geen moer te vertellen en onze even borden hadden wat vage kansen, meer niet. Persoonlijk ben ik er een week doodziek van geweest en heb serieus overwogen om het spel de rug toe te keren, want de manier waarop men verliest is bepalend voor de verwerking ervan.

In het hol van de leeuw zouden we in ieder geval de indruk wegpoetsen dat we er geen hout van kunnen en dat hebben we in ieder geval gedaan. Tactisch had de teamcaptain een aanpassing gedaan, zo zat oppas Opa Arco op bord 1, Marc op 2 en de borden 3 en 4 waren ongewijzigd ten opzichte van de opstelling van het bekerteam.

Arco op bord 1 speelde een erg goede partij, hoe sterker de tegenstander des te beter hij speelt. Hij speelde tegen de ons bekende Wilbert Kocken, met ck, een lange tijd was het een zeer gelijk opgaande strijd en er hing een verrassing in de lucht, maar de zwarte centrumpion deed wit de das om.

Marc aan bord 2 laat zien dat ratingverschil er niet toe doet. In een eindspel van een Toren op b8 en wat ver opgerukte pionnen (a2 en d3) tegen 2 lopers. Hoe hulpeloos twee lopers kunnen zijn tegen een reus van een Toren, ongelofelijk. Marc wint de stand is dan 1-1.

Marvin sukkelt momenteel met zijn vorm en verloor voor de tweede keer binnen een week van dezelfde tegenstander aan bord 4. Christ aan bord 3 speelde een aardige partij tegen Rick, ook met ck, Zegveld. Werd hij vorige week in de partij en in het PM helemaal van het bord geblazen deze keer was het een ander verhaal.

Rond zet 35 raakte mijn tegenstander in ernstige tijdnood en idioot die ik ben, ik ga mee zitten snelschaken en dat kan ik helemaal niet. Op mijn 42ste zet, geen van beide spelers had de laatste zetten genoteerd, werd de partij gereconstrueerd, door de tegenstander van Marc. Klok wit 15.05, klok zwart 14.45. Helaas was er geen wedstrijdleider aanwezig en werd er na de partij ook niet meer geanalyseerd.

Met een goed gevoel vertrokken we uit Tilburg, we waren niet weggespeeld. Weliswaar verloren we met 3-1, maar een volgend keer pakken we ze.

Strength & Honour.


Keizer (15-10-2018)

Ted van Eck-Erik van Elven:  1-0.

Na een rustige Engelse opening werd het een tactische zooi, hetgeen wit een pion opleverde en zwart had in het eindspel een mindere stelling.

Jacques Smits-Nico Kloosterboer:  1-0.

Na de opening stond zwart onder druk, maar de witte paarden stonden wat slechter. Zwart won een stuk door een slechte Dame-zet van wit, maar wit had wel compensatie van 2 pionnen, waarvan een op e6. De complexiteit van allerlei penningen en dreigingen kostte zwart weer veel tijd, waardoor Nico zijn eeuwige vijand weer tegenkwam: de tijd vliegt!

Johan Goorden-Jan Schuurmans:  0-1.

Opening b3 wordt later Dame-gambiet met g6. Jan won een pion en schoof die in het eindspel geruisloos naar winst.

Ivo Kok-Pieter de Nijs:  1-0.

Volgens Ivo was het lang een gelijke strijd. Door tegenovergestelde rokades ging het erom, wie als eerste een Koningsaanval op kon zetten. En wit had in de opening twee tempi verloren. Na 23 zetten sloeg wits Koningsaanval door en waren we om 22.00 uur klaar.

Hans Ravestein-Ab Witkamp:  1-0.

Oude mannen-schaak, zegt Johan altijd. Wit had een sterk Paard op e5 en dat gaf de doorslag. Ab kwam in tijdnood en probeerde iets te forceren. Dat lukte niet.

Patrick Heijnen-Evert grift:  1-0.

Patrick dacht eerst, dat hij een consumptiebon kreeg, maar dit was het verslagbriefje. In de opening verloor Evert een pion en daarna leverde de mobiliteit van wits stukken en het verlies van zwarts Paard uiteindelijk een gewonnen stelling op.

Leo Phernambuq-Frank Suykerbuik:  0-1.

Goede partij van 44 zetten, halverwege kwam Frank langzaam opzetten.


De Zaterdageditie X

“Mam, duurt het nog lang voordat we er zijn?”, vroeg “het talentje” vanaf de achterbank aan zijn moeder, die de auto bestuurde. “Nee, jongen we zijn er nog lang niet, we zitten nu op de A 58”. Naast “het talentje”, op de achterbank, lag een schaakopeningen encyclopedie.

In een grijs en ver verleden, het lijkt wel in a Galaxy far away, heeft ondergetekende nog wat hand en span diensten verleend aan de overkoepelende bond. Als trainingscoördinator van zuid, werden er in samenwerking met de beschikbare trainers en medewerkers van de nbsb talentendagen georganiseerd. Na selectie werden dan de meest veelbelovende schaaktalentjes uitgenodigd voor extra training. Die trainingen werden regionaal georganiseerd.

De talentendagen waren voor de kinderen spannend en duurden lang voor de ouders. Ondergetekende liep strak in het pak, met stropdas van het RSG, las, in de ochtend, de ouders wat voor uit eigen werk, en ’s middags, tijdens het afsluitend snelschaaktoernooitje, netwerken en (lastige) vragen beantwoorden.

De kinderen kwamen van heinde (de Heen) en verre (Veere). Zegge en schrijven (’t Schijf), drukke dagen. Meneer, leeftijd is dat zó belangrijk? Bezorgde edoch dwingende moederogen, die zichzelf ervan wilden vergewissen dat hun zoon of dochter toch wel geselecteerd zou worden. Keiharde strenge zakelijke kijkers, die er geen probleem mee hadden om extra te doneren, uiteraard na selectie van hun zoon of dochter. Volk is het, en dat zal het altijd wel zo blijven.

Kennelijk heeft dan de explicatie over, de opzet, de structuur, de kostenaspecten, de groepsdynamiek, de trainingsmethodiek en de achterbankbelasting, die ochtend totaal geen zin gehad. Voor veel ouders was die achterbankbelasting trouwens helemaal geen punt. “Ja atdie talent eejt dan mot da maor hé”, “Atdie da zelf wult, ja, ei mot da zelf wel wullen”.

“Mam, duurt het nog lang voordat we er zijn?”, vroeg “het talentje” weer vanaf de achterbank aan zijn moeder, die de auto bestuurde. “Nee, jongen we zijn er nog niet, we zitten nu op de A 59”. “Het talentje” was al veel verder

Jaren later kom je die “Talentjes van toen” tegen. Bomen van kerels zijn het geworden, de achterbank helemaal ontgroeid. Nu vaak  zelf achter het stuur. Talent en noeste arbeid combinerend met een niet te stillen honger naar het spel. Er een monsterlijk genoegen in scheppend de tegenstander alle hoeken van het bord te laten zien om hem daarna helemaal van het bord te spelen.

Deze achterbankgeneratie, nu ruime dertigers, hebben wel een schat aan stratenkennis opgedaan. Kijk wat een Genoot overkomt, wanneer hij in het “straatje” komt van een “Talentje van toen”, tijdens het deze zomer gespeelde Brasschaat Open.

Genoot Marc kiest voor de A 59, variant van het Benkö-Wolga gambiet , in de wetenschap  dat het er druk is en dat er veel ongelukken gebeuren. Een gewaarschuwd man…Toch doen. Eigenwijs.

Ter overweging,

Is dit een simpel gevalletje blikschade of een gevoelige deuk?

Genoten, een prettig weekend.